Column: Nick van den Hurk
Het Symposium, lekker thuiskomen. Dit jaar TrAHnsitie: De Arbeidshygiënist als strategische partner in een veranderende wereld. Oftewel: niet meer uurtje-factuurtje en je rapport opleveren en ‘veul houdoe’ zoals we bij ons in de regio zouden zeggen. Maar opvolgen, doorpakken, andere disciplines betrekken en het podium pakken waar je thuis hoort.
Het symposium is een aantal jaar mijn kindje geweest en ik betrap me erop dat ik net zo kijk naar de commissie als ik wel eens naar onze peuter kijk als ze iets fantastisch aan het presteren is (zoals binnen het A4-tje kleuren en niet op tafel). De commissie was op volle sterkte op één been na, hier en daar in de steek gelaten door de techniek, maar nooit door elkaar waardoor een oplossing altijd vlakbij is.
Na 2 jaar afkicken kan ik zeggen dat ik nu zonder FOMO in het publiek zit, al mag ik graag nog een podiumpje pakken als ik daarvoor de kans krijg, daarover straks meer. Dit jaar was ik te laat op dag 1 door diezelfde peuter die het niet eens was met mijn kledingkeuzes in de ochtend. Gelukkig stond er bij binnenkomst nog een doos worstenbroodjes open te dampen, dus niet met een lege maag de voordracht van Peter van Balen mee kunnen pakken.
En dan start het inhoudelijke programma. Was dat worstenbroodje een goed idee? Gelukkig heb ik een sterke maag door alle ervaringen tijdens studie, werk, en in de horeca (die laatste is denk ik het minst hygiënisch als het er echt over gaat). Eén van onze Oosterburen vertelt ons namelijk over de blootstelling aan UV-straling op de werkplek, maar ook aan onze kustlijn. En dat doet hij zeer plastisch. Er zit een aantal grappen in over toerisme, en bronmaatregelen door een kuil te graven en schaduw te creëren, maar ik merk dat ik nog niet helemaal wakker ben.
Tijd voor pauze, en een knuffel met Jan Kegelaer, met consent van twee kanten. Ergens zijn we gewoon een grote familie. De catering is weer super en ook de koffiemannen staan weer paraat. Met voldoende cafeïne door naar de paralelsessies. Wat opvalt is dat er behoorlijk wat niet-arbeidshygiënisten op het programma staan: waarvoor hulde. Ook wordt er gesproken over niet-arbeidshygiënisten. Op dag 0 hadden we een PBC [red. persoonlijke bijscholingscursussen] met een(bio)logisch verhaal over gezondheidsbewaking. Ik hoor (gelukkig nog) ook dat in de eerste sessieronde er nog ergens een geluidsworkshop plaatsvindt. En één van de sprekers sprak met een relatief lage zuurgraad over grenswaarden.
Volgt u hem nog? We hebben de lunch al gehad, even een knuffel met het bestuurslid toxische stoffen (consent tweezijdig) en dan met een collega door de bossen van Woudschoten gewandeld. Hout je toch bezig (hout, bos, snap je?).
Door met de sessies. Mijn mededocent gaat onze beroepsgenoten (geïnspireerd door UV) vertellen wat de uitdagingen van het zonnetje op het werk zijn, en keuzestress treft niet alleen ons terwijl we kiezen voor de sessies, maar is ook een daadwerkelijke sessie op het symposium. Eén spreker wijst ons op het verschil tussen het aantal gemelde arbeidsongevallen en het aantal meldingen die zij jaarlijks krijgen van vergiftigingen op het werk. Heel bijzonder, daar zit nog wel wat onderrapportage die misschien met een toxische werksfeer te maken heeft?
Wederom een pauze, tijd voor een knuffel met de voormalig divisie-directeur van RPS Analyse B.V. (uiteraard weer consent). En door naar het plenaire deel waar we horen over innovatieve risicobeoordelingsmethoden van een hoogleraar van het RIVM. Mirjam sloeg ons om de oren met een enorm flow-diagram om stoffen beter te beoordelen. Maar was het nou gevaar of risico? En wanneer vindt de transitie van het één naar het ander plaats?
Dan de Ignites, toch ook wel een hoogtepuntje elk jaar. Dit jaar lijkt hij niet vol te zitten en we zien vooral bekende gezichten. Mede-hygiënisten die religieus elk jaar een onderwerp in 5 minuten weten te bespreken. Of ze nou viraal gaan of niet.
Als laatste van de dag het jonge talent. Word je toch weer even op de feiten gedrukt hoe lang je al werkzaam bent en hoe weinig dat je de laatste jaren door de zaal gestuiterd hebt. Maar elke fase heeft zijn charme zullen we maar zeggen. Vier terechte winnaars waarvan er maar twee de beste kunnen zijn (ik hoor Hennie Huisman in mijn achterhoofd). Ik ben blij te zien dat ons vakgebied groeit en ook de toekomst in goede handen is, zowel hier als bij de zuiderburen. Al is er nog veel te doen. Ook de vakman en vakvrouw werden in het zonnetje gezet: hulde, goede ontwikkeling dat we ook waardering blijven uiten naar elkaar.
Dan het diner en de feestavond, die waren beide gezellig heb ik gehoord. Ik miste een beetje de muzikale noot en de mogelijkheid voor wat meer beweging op de dansvloer. Misschien word ik ook wel een beetje een zeurpiet. Bijkomend voordeel als er muziek is: je wordt minder makkelijk geronseld voor een bestuursfunctie. We zullen zien wie er op de uitnodiging in gaat het komend jaar.
Dag twee, moeizame start, toch niet hardgelopen (wat wel het plan was). Op de automatische piloot naar het plein waar alle sponsoren en leveranciers hun prachtige nieuwe gadgets staan te tonen. Even een knuffel met de divisie-directeur van Tetra Tech (met consent).
De automatische piloot luistert ook naar het verhaal over AI, je kunt het dus voor veel meer gebruiken dan alleen ‘nette mailtjes naar je manager sturen zodat je niet op het matje geroepen wordt’. Ik maak druk aantekeningen om mee terug naar het bedrijf te nemen. Net als iedereen zijn ook wij daar druk mee bezig.
Oh kijk het is “straks”: ik mag presenteren in de hierop volgende paralelsessie: we gaan het toch nog maar eens over alcohol hebben. En over andere desinfectantia wat dat betreft. Gelukkig heeft onze organisatie de insteek genomen om meer kennis te delen met de buitenwereld. Om te kunnen presenteren en zeker ook te kunnen leren van de vragen en opmerkingen die we krijgen. Weer een goede ontwikkeling en een mooie transitie van binnen naar buiten.
Functionele capaciteit evaluatie is in een andere sessie, maar goed ook want de prangende ogen van een zaal vol experts waren voor mij voldoende beoordeling van mijn functionele capaciteit. Grappig, op zo’n feestavond heb ik daar dan toch weer minder last van.
In het middagprogramma kon ik nog een sessie bijwonen waarin de PIMEX-video’s afgestoft werden. Ook daar weer een soort van confrontatie. Ik heb nog met die oude set gewerkt. Er werd gesproken over vakbroeders (en vakidioten) uit Scandinavië die allemaal heel welwillend waren om ook de Nederlanders verder te helpen, die op hun beurt deze techniek ook weer lägdrømplug naar ons introduceerden.
En toen waren de twee dagen voor mij grotendeels over. Thuis zitten een vrouw, kind en ongeboren kind te wachten op papa die lekker eten komt koken. Ik moest dus voor het zingen het symposium verlaten. Daar zit een grap in.
Nog een snel telefoontje met de collega’s die mij ook geen twee dagen konden missen, nog een vriendelijke groet naar de organisatie en, bij gebrek aan Jan Kegelaer, een snelle knuffel met een van zijn medewerkers (ook met consent).
Ik heb nog wel wat mensen berichten gestuurd om te horen hoe leuk het laatste blok nog was. Toch weer FOMO, volgend jaar ben ik er weer tot het einde bij! Als dat mag van vrouw en twee kinderen.