Allergene stoffen

Bij schadelijke stoffen op het werk denkt men vaak aan kankerverwekkende stoffen of explosiegevaarlijke stoffen, maar ook allergene stoffen kunnen vervelende gezondheidsklachten veroorzaken. Denk aan oog- en neusklachten, eczeem en astma. In ernstige gevallen kan dit zelfs betekenen dat iemand het beroep niet meer kan uitoefenen.

Allergie voor stoffen in het werk

Op het werk kunnen overgevoeligheidsreacties of een allergie optreden door blootstelling aan stoffen op het werk. Soms heeft iemand al aanleg tot overgevoeligheid, maar ook als je nog nooit allergisch voor iets bent geweest, kun je in de loop van de tijd overgevoelig worden voor een stof. Een allergie ontstaat in twee fasen.

  • In de eerste fase, bekend als de sensibilisatiefase, wordt het immuunsysteem overgevoelig door contact met een allergeen. In deze fase heeft een werknemer vaak nog geen klachten.
  • Bij herhaald contact met dezelfde stof vindt in de tweede fase een abnormaal sterke afweerreactie plaats, met als gevolg allergische aandoeningen met huid-, oog-, neus- of luchtwegklachten zoals eczeem, conjunctivitis, rhinitis en astma.

En het vervelende is: als je die overgevoeligheidsreactie eenmaal hebt, oftewel gesensibiliseerd bent, dan kan de kleinste hoeveelheid blootstelling voldoende zijn om die reactie uit te lokken. Het is dan belangrijk om te achterhalen welke stof(fen) de allergische reactie veroorzaken, zodat er verder onderzoek kan plaatsvinden en waar mogelijk maatregelen kunnen worden genomen. Helaas komt het ook voor dat iemand zijn beroep niet meer kan uitoefenen.

Voorbeelden van allergene stoffen

Je kunt voor allerlei stoffen gesensibiliseerd raken. Bekende voorbeelden zijn nikkel of huisstofmijt (waar je ook op het werk aan kunt worden blootgesteld), maar je kunt ook allergisch worden voor bijvoorbeeld paprikapollen, latex of een wasmiddel. In Nederland worden naar schatting tienduizenden werknemers blootgesteld aan werkgerelateerde allergenen.  

Sensibiliserende stoffen komen in uiteenlopende branches voor. De aard van de blootstelling verschilt per sector en kan bestaan uit stoffen met een hoog molecuulgewicht (zoals stoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong, o.a. meelstof, enzymen en dierlijke allergenen) of een laag molecuulgewicht (zoals isocyanaten, epoxyharsen en acrylaten).

Branches waar werknemers relatief vaak worden blootgesteld aan sensibiliserende stoffen zijn onder andere:

  • Bakkerijen en de voedingsmiddelenindustrie
  • Gezondheidszorg en laboratoria
  • Schoonmaakbranche
  • Verf-, coating- en kunststofindustrie
  • Houtbewerking en meubelindustrie
  • Kappersbranche en schoonheidsverzorging
  • Bouw en installatiebranche
  • Metaalindustrie
  • Landbouw en tuinbouw
  • Dierverzorging en veterinaire sector
  • Chemische industrie

Van ruim 800 allergenen is bekend dat zij een beroepsallergie kunnen veroorzaken. Het is daarom van groot belang om mogelijke blootstellingen systematisch in kaart te brengen, zodat relevante risicobronnen kunnen worden geïdentificeerd en blootstelling waar mogelijk kan worden voorkomen of beperkt.

De rol van de arbeidshygiënist bij allergenen

In bepaalde vakgebieden wordt al veel aandacht besteed aan allergene stoffen. Bijvoorbeeld in de bakkerijsector worden al veel maatregelen genomen om blootstelling aan meelstof te minimaliseren. Maar een allergie bouwt zich vaak langzaam op en er is soms heel wat speurwerk nodig om de oorzaak te achterhalen. Het is daarom essentieel om blootstelling systematisch in kaart te brengen.

Arbeidshygiënisten zijn gespecialiseerd in stoffen op het werk en kunnen op verschillende manieren helpen. De arbeidshygiënist speelt een belangrijke rol binnen alle niveaus van preventie: primaire, secundaire en tertiaire preventie.

  • Primair: Door middel van een inventarisatie brengt de arbeidshygiënist in kaart met welke stoffen er wordt gewerkt die mogelijk een risico vormen voor een allergische reactie. Indien nodig kunnen metingen worden uitgevoerd om blootstellingsniveaus te beoordelen. Vervolgens kunnen maatregelen worden genomen om die risico’s te verminderen.
  • Secundair: Als werknemers zijn blootgesteld, maar nog geen ernstige klachten hebben, is het belangrijk om vroegtijdig eventuele gezondheidseffecten op te sporen. De arbeidshygiënist kan blootstellingsprofielen opstellen die de bedrijfsarts ondersteunt bij een PAGO (Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek), en signalen vanaf de werkvloer, zoals een verhoogde frequentie van luchtwegklachten of huidproblemen, te koppelen aan specifieke bronnen of processen.
  • Tertiair: Indien er sprake is van klachten, maar nog niet bekend is waardoor de allergische reactie wordt veroorzaakt, kan een arbeidshygiënist helpen om de oorzaak te achterhalen, bijvoorbeeld door gericht werkplekonderzoek. Vaak wordt hiervoor intensief samengewerkt met bedrijfsarts, longarts of een dermatoloog. Als de oorzaak bekend is, kan de arbeidshygiënist helpen om de werkplek en de werkzaamheden zodanig in te richten dat blootstelling wordt geminimaliseerd.

Contactgroep Klinische Arbeidshygiëne

De Contactgroep Klinische Arbeidshygiëne richt zich op de toepassing van arbeidshygiëne binnen de klinische zorg. De contactgroep brengt professionals samen die beroepsmatige blootstellingen beoordelen in relatie tot gezondheidsklachten en stimuleert kennisuitwisseling, multidisciplinaire samenwerking en de ontwikkeling van klinische arbeidshygiëne.

TSB-regeling voor allergisch beroepsastma

Voor (oud-)werknemers die een allergisch beroepsastma hebben ontwikkeld, is de TSB-regeling beschikbaar (Tegemoetkoming Slachtoffers Beroepsziekten). Kijk voor meer informatie op www.tsb-regeling.nl

Verder lezen? Dit is misschien ook interessant voor je: