Auteur: Wendy Tijssen
Hoe vertaal je de bevindingen uit de RI&E gevaarlijke stoffen naar (vroege) symptomen en gezondheidsklachten waar de bedrijfsarts op moet letten in zijn spreekkamer? Welke onderzoeken moeten in het PAGO komen om gezondheidseffecten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen te monitoren? Deze vertaalslag is een uitdaging waar veel arbeidshygiënisten (AH) en bedrijfsartsen (BA) tegenaan lopen. Het zou mooi zijn als alle AH’s en BA’s hier samen over na zouden denken. De praktijk is weerbarstiger.
Wat staat een vertaalslag van AH naar BA in de weg?
Julia van Beekum, onderzoeker bij Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) maakte een probleemanalyse. Dit is de eerste stap van ‘intervention mapping’, een framework voor het ontwikkelen van empirisch en theoretisch onderbouwde gezondheidsinterventies. Dit combineert zij met ‘community-based participatory research’, waarbij zij in elke stap AH’s en BA’s betrekt. Dit gebeurt door periodiek overleg met een planningsgroep met 6 AH’s en 6 BA’s. Julia interviewde 9 AH’s en 8 BA’s in Nederland. Bovendien voerde zij exploratieve interviews uit met arboprofessionals in het buitenland en maakte een scoping review van wetenschappelijke literatuur. Zij analyseerde de resultaten van de interviews met het COM-B model: ze keek naar capability, motivation, opportunity en de interactie van die factoren met behaviour. Haar analyse staat in figuur 1.

Figuur 1: Probleemanalyse
Doel onderzoek
Het doel van Julia’s onderzoek is het ontwikkelen van een hulpmiddel dat blootstellingsrisico’s aan gevaarlijke stoffen vertaalt naar (vroege symptomen van) gezondheidseffecten. Op basis van gevarenzinnen van stoffen die werknemers gebruiken is iets te zeggen over potentiële gezondheidseffecten, maar de hamvraag is: welke gezondheidseffecten zijn te verwachten bij het huidige blootstellingsniveau? Julia gebruikt de stappen van ‘intervention mapping’ om te bepalen waar het hulpmiddel aan moet voldoen.

Bestaan er al hulpmiddelen?
Voordat een nieuw hulpmiddel ontwikkeld wordt, is het handig om te weten of er niet al zoiets bestaat. Julia presenteert haar voorlopige bevindingen: uit de interviews met AH’s en BA ’s en een scoping review van de wetenschappelijke literatuur blijkt dat er geen tot nauwelijks hulpmiddelen beschreven zijn die de vertaalslag maken van de bevindingen van de AH naar de spreekkamer van de BA. Overige literatuur moet Julia nog onderzoeken.

Jolanda Willems (PMA) en Julia van Beekum (PMA)
Oplossingsrichtingen
Dan is het tijd voor interactie! Julia vraagt de aanwezigen om groene (goed idee) en rode stickers (slecht idee), post-its en stiften te pakken. Aan de wand hangen flip-overs met verschillende oplossingsrichtingen met de thema’s (1) opleiding / training, (2) specialisatie binnen de bedrijfsgezondheidszorg, (3) extern netwerk / platform, (4) multidisciplinair overleg, (5) database, (6) stappenplan / werkwijze, (7) druk / stimulatie vanuit beroepsvereniging en (8) verbeterde handhaving.
De meeste groene stemmen werden gegeven voor de volgende oplossingen:
- Meer aandacht voor preventie in opleiding AH
- Gezamenlijke opleiding AH en BA vormgeven
- Binnen bestaande structuren meer plek voor inhoudelijke discussie en kennisuitwisseling.
- In arbocontracten en/of offertes standaard multidisciplinair overleg (MDO) opnemen tussen AH en BA
- Indien mogelijk sectorspecifieke risicoprofielen voor het PAGO
- Frequentere controles door handhavingsinstanties

Een deel van de aanwezigen zag verder wat in:
- Aanpassen en uitbreiden leidraad PMO gevaarlijke stoffen
- Inzicht verkrijgen in welke informatie in welke database te vinden is
- Door beroepsverenigingen op te zetten criteria voor RI&E gevaarlijke stoffen en visitatie-eisen BA op het gebied van gevaarlijke stoffen
De aanwezigen waren het erover eens dat het begint met de intentie van de AH en BA om elkaar op te zoeken. Maar hoe zorg je daarvoor? In sommige organisaties gebeurt dit al en vindt ook MDO plaats, in andere organisaties is dit niet standaard. Het management moet de BA ook de ruimte geven om zich te kunnen richten op preventie. Kortom, de discussie is nog niet afgerond. Julia zal de waardevolle input van de deelnemers meenemen in haar onderzoek.
Meer informatie
Dit onderzoek is onderdeel van het onderzoeksprogramma van het Lexces (Project 3.1) en gebeurt in samenwerking met het RIVM. In elke stap van het onderzoek is en planningsgroep met ervaren AH’s en BA’s betrokken.
Klik hier voor Julia’s presentatie.
Wilt u meedenken over oplossingsrichtingen of heeft u andere vragen over het onderzoek? Dan kunt u contact opnemen met Julia via j.m.vanbeekum@amsterdamumc.nl!