Een praktische workshop
Auteur: Yvonne van Gog
“Wie heeft weinig tot geen ervaring met meten?” vraagt Imke Breedveld terwijl ze haar ogen over de groep deelnemers van de workshop laat gaan. Een aantal vingers gaat aarzelend omhoog, waaronder mijn vinger. “En wie heeft veel meetervaring?” Ook nu gaat een aantal vingers omhoog. De workshop ‘Meten’ van Imke Breedveld van VGM Breed en Jan Willem Peters van RPS kan beginnen.

“We beginnen met uitleg over de materialen, daarna mogen jullie zelf aan de slag met alles wat hier staat”. Imke begint met haar uitleg bij tafel 1, waarop de pompen staan en de kalibratoren. Daarna neemt ze ons mee naar tafel 2, waar de koppen liggen. Imke legt uit welke koppen voor welke metingen geschikt zijn. “En hier heb ik een HD cycloon, met bovenin een filter voor het respirabel stof. En aan de onderkant een buisje om het inhaleerbare stof op te vangen. Let goed op dat je hem niet per ongeluk omdraait, want dat zit al het stof weer door elkaar”.
Tafel 3 is voor Jan Willem. De analyse bepaalt het filter. Er ligt een groot arsenaal aan filters, zoals dieptefilters, vlakfilters, kwartsvezel filters, filters die al geconditioneerd en voor gewogen zijn. Op de laatste tafel staan de grote apparaten. Grenswaarden gaan steeds verder omlaag, dus is meer lucht nodig waardoor de vraag naar hoog volume pompen toe neemt. Bovendien kun je met een hoog volume pomp sneller klaar zijn en kun je op één dag dus op meer plekken meten.
Dan spreekt Imke de verlossende woorden: “Nu mogen jullie zelf een meter samenstellen en gaan meten. Maak tweetallen en ga aan de slag”. Ik ga op zoek naar een collega (coach) met veel meet ervaring en heb er snel één te pakken. We starten met de pomp, daarna de kop en daarna het filter. Ik pak de kop die volgens Imke het meest wordt gebruikt: een PAS 6. Ik heb geen idee welk filter ik moet pakken. Het zijn er zoveel. Mijn coach zegt: “In de praktijk kun je dat gewoon aan een ervaren meetprofessional vragen wanneer je een meter huurt”. Dat is een flinke zorg minder.

We krijgen te horen dat we nu moeten gaan kalibreren. Mijn ervaren collega blijkt hier toch duidelijk praktisch minder bekend mee te zijn. “Waar ik werkte en veel metingen deed, kreeg ik hem altijd gekalibreerd mee van het lab”, zegt hij. We doen een poging. We stellen de flow in op de meter, sluiten hem aan op de kalibrator en laten hem kalibreren. De kalibrator geeft een lagere flow aan. Wat nu? We proberen de waarde op de kalibrator te wijzigen. De buurman springt in : “Je moet nu de waarde van de kalibrator invoeren in jouw meter, en dan laat je hem opnieuw lopen. Dat blijf je herhalen tot ze allebei hetzelfde weergeven”.
De laatste stap is het omhangen van de meter bij elkaar. Ik vind het resultaat er prachtig uitzien. Imke ziet dat anders. Ik ben snel van A naar B gegaan en heb de slang achter de rug langs naar voren geleid en hem alleen aan de voorkant door de lus gehaald. “Je had hem door alle lusjes moeten doen,” zegt Imke scherp, “Veiligheid, weet je nog? Jij bent toch veiligheidskundige”. Ik ben blij dat ik geen rapportcijfer van Imke krijg.
Graag was ik gaan meten met mijn zelf samengestelde meter. Ik had willen meten boven het potje met asfaltstof dat Imke ons had gedemonstreerd. “Eerst een beetje schudden, niet teveel natuurlijk, en niet met je neus er bovenop,” had ze ons geïnstrueerd. Maar de tijd is helaas voorbij. Einde workshop. Op het evaluatieformulier heb ik hoge scores ingevuld, behalve bij de vraag of het aantal gegeven workshops voldoende was. Dat was een dikke onvoldoende. Want ik wil meer.
Na afloop van de workshop heb ik Imke nog gesproken, ze heeft me beloofd er nog een vervolg komt. Haar doel is om meer arbeidshygiënische praktijk aan te bieden. Dit wil ze oppakken, deels is haar wens via het jaarlijkse NVVA-congres, maar ook professionele coaching van arbeidshygiënisten.