De regionale Netwerkbedrijven hebben een eigen risicobeheersingsmethode ontwikkeld voor de aanpak van asbest vanwege de combinatie van risico’s (elektriciteit en gas). Onderhoud en vervanging of verwijdering van componenten die een kleine hoeveelheid asbest bevatten, wordt uitgevoerd door eigen personeel dat hiervoor speciaal is opgeleid. Hilko Booij (Stedin) en Marcel Wilhelm (Alliander), beiden veiligheidskundige en arbeidshygienist, gaven tijdens het NVvA-symposium 2026 een kijkje in de asbest-keuken van de Netwerkbedrijven.
De regionale Netwerkbedrijven verzorgen het transport van gas en elektriciteit naar de consument. In veel componenten of (delen van) installaties is nog asbest verwerkt. Uiteindelijk moeten alle asbesthoudende onderdelen worden vervangen, maar dat is geen operatie die op de korte termijn kan worden uitgevoerd. Het gaat om heel veel componenten. Om een beeld te krijgen een paar cijfers:
Cijfers
Dagelijks werken 60.000 medewerkers aan de uitbreiding, het onderhoud of de oplossing van storingen van de procesinstallaties. Het gaat om:
- betreedbare elektriciteit & gasstations: circa 350.000
- elektriciteit & gas kasten: circa 300.000 stuks
- meterkasten woningen: circa 9 miljoen
- in bedrijf zijnde asbestcement gasleidingen: 970 km
Wanneer het gaat om asbest in een gebouw, volgen de netwerkbedrijven het reguliere asbestsanering pad. Voor onderhoud en verwijdering van asbesthoudende componenten van de installaties is dat niet mogelijk, omdat de werkzaamheden met extra risico’s, zoals werken onder spanning, uitgevoerd moeten worden. Asbestsaneerders kunnen deze werkzaamheden niet uitvoeren. Omdat het gaat om kleine hoeveelheden asbest die in de componenten zitten, mogen de netwerkbedrijven eigen personeel inzetten dat hiervoor is opgeleid. Het gaat hoofdzakelijk om het uitnemen van componenten, er komt geen bewerking aan te pas en het is maar een klein aandeel van de werkzaamheden.
Alle componenten die de netwerkmonteurs kunnen tegenkomen zijn beschreven in het bronnenboek, waarbij is aangegeven of de componenten asbest kunnen bevatten, om welke asbest het gaat en waar het zich bevindt in de component. Voor alle locaties is een asbestlocatierapport opgesteld waarin is beschreven of er asbesthoudende componenten aanwezig zijn. Daarbij wordt gewerkt met kleurcodering: groen, geel, oranje of rood. Bij groen is geen asbest aanwezig. Bij geel is het asbest duurzaam afgeschermd. Bij oranje en rood zijn er beschadigingen, bij rood is er gevaar van inademing van de vezels. Bij iedere kleurcode hoort een set maatregelen in het betredingsprotocol voor de medewerkers. De werkmethoden worden frequent gevalideerd met het validatieprotocol.
Arbocatalogus
De asbestaanpak is opgenomen in de arbocatalogus van de Netwerkbedrijven. In 2007 werd een start gemaakt met het opstellen van de Arbocatalogus. In 2012 startte de vakgroep asbest met het opstellen van het asbestdeel, dat in 2015 werd ingediend. In de vakgroep zitten zowel interne arbodeskundigen als onafhankelijke externe deskundigen. In 2019 kwam niet alleen het traject Arbocatalogus stil te liggen, maar werden alle werkzaamheden landelijk stilgelegd, na de ontdekking van asbest in de fitterskit. In 2024 werd de arbocatalogus goedgekeurd.