Ureum formaldehyde (UF) schuim risico in renovatiebouw
Auteur: Yvonne van Gog
Wat als je een hoge concentratie van een kankerverwekkend gas meet in een gebouw, maar jouw opdrachtgever neemt geen actie en wil niet dat de bewoners het weten? Waar sta je dan juridisch en moreel? Dit overkwam Jan Kegelaer, divisie directeur bij RPS en bestuurslid van de NVvA. Hij sprak op het symposium over zijn dilemma. Zijn verhaal sloot aan op de presentatie van de juristen Huib Lebbing en Olivier Hellenberg Hubar over aansprakelijkheid en de strafrechtelijke positie van adviseurs en de presentatie van Jeroen de Hartog (GGD Utrecht) over het risico van gebruik van UF-schuim als isolatiemateriaal in woningen.

Jan Kegelaer
RPS werd gevraagd onderzoek te doen naar de klachten van een bewoner in één van de appartementen in een grote, gerenoveerde flat. Uit de metingen in het bewuste appartement kwam een hoge concentratie formaldehyde, boven de grenswaarde. Deze bleek afkomstig uit UF schuim: ureumformaldehyde. Jan: “Waarschijnlijk door de slechte reputatie van PUR, wordt UF schuim de laatste 15 jaar veel gebruikt als isolatiemateriaal.” RPS stuurde het rapport met advies naar de opdrachtgever. In het rapport werd geconcludeerd dat waarschijnlijk niet alleen de onderzochte flat, maar ook de drie andere gerenoveerd flats ernaast een te hoge concentratie formaldehyde hadden en dat actie geboden was.
De casus van RPS is geen incident. Op het symposium sprak ook Jeroen de Hartog van de GGD Utrecht over twee andere cases waarbij ook hoge concentraties formaldehyde werd aangetroffen na renovatie met UF-schuim: (…).
“Nadat we het rapport naar de opdrachtgever hadden gestuurd “, vertelde Jan, “werd eerst getraineerd, daarna werd het gebagatelliseerd en werd contact ontweken, ze namen gewoon de telefoon niet meer op. Vervolgens werd voor de verantwoordelijkheid naar anderen gewezen en werden de resultaten van het onderzoek en de deskundigheid van de RPS adviseur in twijfel getrokken. Uiteindelijk volgde absolute radiostilte.”
Jan vertelde de zaal indringend over zijn dilemma: “Ik had de keuze om niets te doen, dan had ik het vertrouwen van de klant niet geschaad, waren de rekeningen betaald, was er niet met aansprakelijkheid gedreigd door mijn opdrachtgever en had ik geen advocatenkosten hoeven maken. Maar ik kon er niet van slapen. Ik moest denken aan de zwangere vrouwen, de baby’s en de kinderen in ie gebouwen gebouw. Ik moest iets doen.”
Moreel voelde Jan zich gedwongen het rapport te openbaren. Maar RPS moest als dienstverlenend bedrijf over een drempel om de geheimhouding van klantgegevens te schenden. Bovendien: mocht dat juridisch wel? Volgens zijn bedrijfsjurist was het belang groot genoeg om geheimhouding te verbreken. Voor de zekerheid vroeg hij advies aan een externe advocaat, die de bedrijfsjurist van RPS bij viel. Jan heeft het rapport aangeboden aan de gemeente en de GGD. Daarmee heeft hij het uit handen gegeven en weet hij niet of er acties op zijn genomen.
De externe advocaat die Jan in de arm had genomen, sprak samen met een collega ook op het symposium: Huib Lebbing en Olivier Hellenberg Huban. Moraal van hun verhaal is dat een adviseur, zowel interen als extern, een juridische verantwoordelijkheid heeft wanneer hij of zij constateert dat een geadviseerde niets met adviezen doet die gaan over ernstige arbeidsrisico’s die de veiligheid en/of gezondheid van mensen kunnen schaden. Wanneer het mis gaat wordt ook de adviseur strafrechtelijk vervolgd.

Mr. Olivier van Hellenberg Huban en Mr. Huib Lebbing
Het is een dilemma waar we allemaal wel een keer mee te maken kunnen krijgen. Wat doe je wanneer de geadviseerde jouw rapport negeert en hoge, zelfs levensbedreigende risico’s laat voortbestaan? Ga je door met adviseren, terwijl je weet dat er niets mee wordt gedaan? Of vertrek je, en kijk je de andere kant op? Of doe je wat Jan heeft gedaan?
Wil je meer weten over het risico van UF schuim: Website GGD leefomgeving – signalen